Nu al sparen van je bijbaan? Zo leg je de basis voor je eerste hypotheek
Nu al sparen van je bijbaan? Zo leg je de basis voor je eerstehypotheek
Een eigen huis voelt waarschijnlijk nog ver weg. Alles wat je nu opzij zet, is straks een voorsprong als je als starter de woningmarkt op wilt. Niet omdat je het hele huis bij elkaar hoeft te sparen, maar omdat je spaargeld kosten dekt die je niet kunt lenen. Hoe eerder je begint, hoe meer ruimte je later hebt.
Waarom je spaargeld straks het verschil maakt
Sinds 2018 mag je maximaal 100% van de woningwaarde lenen. Klinkt als genoeg, maar er zit een addertje onder het gras. Alles wat daar bovenop komt, betaal je zelf.
Je spaargeld gaat straks naar drie dingen: de kosten koper, een eventueel bedrag dat je boven de taxatiewaarde biedt en een buffer voor daarna. Precies daarom telt het geld dat je nu wegzet. Het is geen leuke extra, het is wat je aankoop mogelijk maakt.
Waar je spaargeld precies voor is
De kosten koper zijn de kosten om de koop rond te krijgen: de notaris, de taxatie, het hypotheekadvies en soms een aankoopmakelaar. Reken daar al snel op enkele duizenden euro’s, afhankelijk van wat je zelf regelt en wat je uitbesteedt.
Eén grote kostenpost valt voor veel starters weg. Ben je tussen de 18 en 35 en koop je een woning tot €555.000, dan betaal je in 2026 geen overdrachtsbelasting dankzij de startersvrijstelling. Normaal is dat 2% van de koopsom. Bij een huis van €350.000 scheelt dat €7.000 die je niet kwijt bent. Je mag de vrijstelling wel maar één keer in je leven gebruiken, dus je legt bij de notaris vast dat je eraan voldoet.
Overbieden doe je uit eigen zak
Hier komt je spaargeld het hardst van pas. In een krappe markt bieden kopers vaak boven de vraagprijs. Maar de bank financiert maximaal 100% van de getaxeerde waarde, niet van je bod. Bied je €20.000 boven de taxatiewaarde, dan leg je die €20.000 zelf neer.
Dat maakt sparen nu zo waardevol. Hoe meer je achter de hand hebt, hoe serieuzer je kunt bieden als je droomhuis voorbijkomt. Zonder buffer sta je met lege handen op het moment dat het telt.
Je inkomen en studieschuld bepalen de rest
Sparen is de ene helft, lenen de andere. Hoeveel je later kunt lenen, hangt vooral af van je inkomen. Een bijbaan alleen brengt je er niet, daarvoor heb je straks een stabiel inkomen nodig. Reken dus niet op een grote hypotheek zolang je nog studeert of alleen bijklust.
Heb je een studieschuld bij DUO, dan telt die mee. Sinds 1 januari 2024 kijken banken naar je werkelijke maandbedrag, niet naar het oorspronkelijke leenbedrag. Los je af, dan daalt dat maandbedrag en kun je meer lenen. Is de schuld helemaal weg, dan telt hij niet meer mee. Een studieschuld weegt trouwens lichter dan een gewone lening of een doorlopend krediet, dus het is geen showstopper. Het spaargeld dat je nu opbouwt, kun je later inzetten om af te lossen of om extra in te brengen. Allebei helpt. Wat er in jouw situatie precies kan, rekent een hypotheekadviseur te zijner tijd met je uit.